universeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uni·ver·seel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen universeel universeler universeelst
verbogen universele universelere universeelste
partitief universeels universelers -

Bijvoeglijk naamwoord

universeel

  1. iets dat algemeen of wereldwijd is, alom bekend, vertegenwoordigd of erkend
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl