uitzondering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zon·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitzondering uitzonderingen
verkleinwoord uitzonderingetje uitzonderingetjes

Zelfstandig naamwoord

uitzondering v

  1. een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
    • Hij maakte een uitzondering voor de zieke leerling die het proefwerk gemist had. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.