uitzondering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zon·de·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitzondering uitzonderingen
verkleinwoord uitzonderingetje uitzonderingetjes

Zelfstandig naamwoord

uitzondering v

  1. een geval waarbij men iets niet onder een regel laat vallen
    • Hij maakte een uitzondering voor de zieke leerling die het proefwerk gemist had. 
    • Mevrouw Maillard had alle directeuren in haar hart gesloten, zonder uitzondering. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 16