uitzonderingetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zon·de·rin·ge·tje

Zelfstandig naamwoord

uitzonderingetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord uitzondering