uitzonderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·zon·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitzonderen
zonderde uit
uitgezonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitzonderen

  1. overgankelijk buiten een bepaalde regel plaatsen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.