uitvlakken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·vlak·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

uitvlakken [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitvlakken
vlakte uit
uitgevlakt
zwak -t volledig
  1. door uitgummen verwijderen, onzichtbaar maken
    • Ook doelman Remko Pasveer nam het woord. “Zulte Waregem is een goede ploeg en ze hebben het thuisvoordeel. We zullen vol gas moeten geven. Dit is Europa. Elke fout wordt afgestraft, dus we moeten het risico uitvlakken en geen fratsen uithalen.[2] 
    • ,,Ik vind dat je bij nieuws jezelf moet uitvlakken. Het gaat niet om jou. Je bent geen acteur, zanger of showmaster.[3] 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • dat moet je niet uitvlakken
dat is zo belangrijk dat je het niet moet uitgommen, weggooien, onderschatten of vergeten
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 18/OKTOBER/2017
  3. Tubantia Gerben van 't Hof 07-JULI-2015
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be