uitwissen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·wis·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitwissen
wiste uit
uitgewist
zwak -t volledig

Werkwoord

uitwissen [1]

  1. (overgankelijk) (al dan niet door vegen) laten verdwijnen
    ik heb de gegevens op mijn computer uitgewist
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal