uitgraven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·gra·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitgraven
groef uit
uitgegraven
klasse 6 volledig

Werkwoord

uitgraven

  1. overgankelijk iets door graven uit de grond halen
    • Er werd een zwarte bamboe met kluit en al uitgegraven. 
  2. overgankelijk door graven grond geheel verwijderen tot de gewenste ruimte ontstaat
    • De fundering is al uitgegraven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.