uitbaggeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·bag·ge·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitbaggeren
baggerde uit
uitgebaggerd
zwak -d volledig

Werkwoord

uitbaggeren

  1. uitdiepen door middel van baggeren
    • Kun jij voor mij even de sloot uitbaggeren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie