tunika

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·ni·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.

Zelfstandig naamwoord

tunika m

  1. (kleding), (geschiedenis) tunica (kledingstuk in het Romeinse rijk)
  2. (kleding), (religie) tuniek (kerkelijk parament, liturgisch kledingstuk)
  3. (kleding) tunica (modern kledingstuk voor vrouwen)
    «Hun ønsket seg en tunika
    Zij wilde graag een tunica.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tunika     tunikaen     tunikaer     tunikaene  
genitief   tunikas     tunikaens     tunikaers     tunikaenes  
Hyperoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·ni·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.

Zelfstandig naamwoord

tunika m

  1. (kleding), (geschiedenis) tunica (kledingstuk in het Romeinse rijk)
  2. (kleding), (religie) tuniek (kerkelijk parament, liturgisch kledingstuk)
  3. (kleding) tunica (modern kledingstuk voor vrouwen)
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tunika     tunikaen     tunikaer     tunikaene  
genitief                
Hyperoniemen