dronkaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dronk·aard
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dronkaard dronkaards
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

dronkaard m

  1. iemand die bij herhaling zwaar dronken is
    • Hij is helaas daardoor een dronkaard geworden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be