trucker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

trucker achter het stuur
Uitspraak
Woordafbreking
  • truc·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van truck met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord trucker truckers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

trucker m

  1. (beroep) bestuurder van een truck
    • De vakbond beschuldigt de bedrijven van fraude met rij- en rusttijden, ernstige uitbuiting van chauffeurs en illegale inzet van buitenlandse truckers. [1] 
     Nu moet Le Mistral het hebben van die paar oude getrouwen die van de snelweg afslaan. Echte Franse truckers, routiers die van goed eten houden.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. NRC Eppo König 19 december 2016
  2. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be