tripartite

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·par·ti·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tripartite tripartites
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tripartite v

  1. (België) driepartijenregering

Gangbaarheid

45 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • tri·par·tite (afbreking leidend tot een of twee tekens aan het begin van een regel wordt ontraden)[1]
Woordherkomst en -opbouw
  enkelvoud meervoud
  mannelijk   tripartite tripartites
  vrouwelijk   tripartite tripartites

Bijvoeglijk naamwoord

tripartite m en v

  1. tripartiet
Overerving en ontlening

Verwijzingen