trigger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trig·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord trigger triggers
verkleinwoord triggertje triggertjes

Zelfstandig naamwoord

trigger v/m

  1. aanleiding, oorzaak

Meer informatie


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈtɹɪgə/
enkelvoud meervoud
trigger triggers

Zelfstandig naamwoord

trigger

  1. trekker (van geweer)
  2. oorzaak