Naar inhoud springen

traagzaam

Uit WikiWoordenboek
  • traag·zaam
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen traagzaamtraagzamertraagzaamst
verbogen traagzametraagzameretraagzaamste
partitief traagzaamstraagzamers-

traagzaam [1]

  1. traag, langzaam, stroperig
     Traagzaam sleept dit programma zich naar de apotheose. Intussen zijn de drie resterende pop-ups in Blankenberge aangekomen, waar hen nog een verrassing wacht: er moet er dan toch nog eentje afvallen (in de betekenis van wegvallen). Dat gebeurt over een goeie week, op de finale is het nog drie weken wachten.[2]
26 %van de Nederlanders;
50 %van de Vlamingen.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “In het wild, het stadion of de hoerenbuurt?” (13/04/2017), De Standaard
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be