Naar inhoud springen

moeizaam

Uit WikiWoordenboek
  • moei·zaam
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘met grote moeite’ voor het eerst aangetroffen in 1806 [1]
  • afgeleid van het Duitse mühsam (met het achtervoegsel -zaam) [2]
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen moeizaammoeizamermoeizaamst
verbogen moeizamemoeizameremoeizaamste
partitief moeizaamsmoeizamers-

moeizaam

  1. moeite kostend
     De vrachtwagen vorderde moeizaam en er moest vaak worden gestopt.[4]
     Hij schudde zijn hoofd, duwde zijn terrasstoel naar achteren, stond moeizaam op en liep onvast onze woonkamer binnen.[5]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]