Naar inhoud springen

toetsing

Uit WikiWoordenboek
  • toet·sing
enkelvoud meervoud
naamwoord toetsing toetsingen
verkleinwoord toetsinkje toetsinkjes

detoetsingv

  1. het toetsen (onderzoeken) naar waarde, juistheid, omvang, strijdigheid met iets anders etc.
     Het grondwettelijk toetsingsverbod moet zo worden uitgelegd dat het elke toetsing van de wet aan welke hogere regel dan ook uitsluit.[2]
     In de praktijk heeft de rechter de afgelopen jaren zijn terughoudende toetsing van wetten aan verdragen laten varen.[2]
98 %van de Nederlanders;
87 %van de Vlamingen.[3]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 1 2
    Helen Stout
    “De Nederlandse rechtsstaat” (2015), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048528622
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be