Naar inhoud springen

toetsen

Uit WikiWoordenboek
  • toet·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toetsen
toetste
getoetst
zwak -t volledig

toetsen

  1. overgankelijk bepalen van vaardigheden van iemand door middel van een test of onderzoek
     Die komt in feite neer op trial and error, toetsen van weloverwogen geformuleerde vermoedens en hypotheses.[1]
    • Leerlingen worden getoetst op basis van landelijk geldende normen. 

detoetsenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord toets
     Tante in habijt, Bonnie in de witte slaapzak - als de toetsen van een piano.[2]
     Je moest de donkergroene toetsen met forse kracht intikken om de ijzeren hamertjes met de letters, die in het midden in een halfronde opstelling naast elkaar in het gelid lagen, omhoog te laten komen om hun werk te doen.[3]
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]
  1. Louw Feenstra V
    “Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529421
  2. “Holy Trientje” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026334238
  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be