toenaam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·naam
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toenaam toenamen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

toenaam m [1]

  1. alle andere persoonlijke gegevens
  2. een aanduiding die aan iemands eigennaam, veelal de voornaam, wordt toegevoegd
    • De toenaam van Karel de Grote is de grote en de toenaam van Iwan de verschrikkelijke is de verschrikkelijke. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • met naam en toenaam
een persoon tot in detail benoemen
  • Het onderzoek naar de ramp met vlucht MH17 is drie jaar bezig; verdachten zijn nog niet met naam en toenaam bekend. In verslagen van afgeluisterde gesprekken komen enkele Russisch sprekende hoger geplaatsten aan het woord die mogelijk eindverantwoordelijkheid droegen. Wat onthullen de gesprekken over hen?[2]
  • Kent u de Saoedi-Arabische blogger Raif Badawi nog? Hij is een van de weinigen die in Saoedi-Arabië durfde te zeggen wat hij dacht. Hij durfde met naam en toenaam kritiek te leveren op het Saoedische regime.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Karel Knip 15 juli 2017
  3. NRC Lamyae Aharouay 8 juni 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be