epitheton

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • epi·the·ton
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord epitheton epitheta
verkleinwoord epithetonnetje epithetonnetjes

Zelfstandig naamwoord

epitheton o

  1. (taalkunde) bijvoeglijk naamwoord of bijvoeglijke bepaling
     Richard Groenendijk wilde het aan het slot van zijn optreden bij Jinek (KRO-NCRV) toch even aan de orde stellen. Waarom was hij daar geïntroduceerd als „de Rotterdamse cabaretier”, terwijl je bij Youp van ‘t Hek of Sanne Wallis de Vries toch nooit het epitheton „Amsterdams” zult horen?[4]
  2. aanvullende aanduiding die een onderscheidende eigenschap benadrukt
     Honderden commentaren verbinden Enaits naam intussen aan het epitheton „orthodoxe moslim”.[5]
  3. (biologie) tweede woord in officiële soortnamen volgens de binaire nomenclatuur, woord dat de precieze soort aangeeft na het eerste dat het geslacht aanduidt
     Linnaeus besloot radicaal orde op zaken te stellen. Hij benoemde iedere soort met een combinatie van twee Latijnse woorden: een genusnaam die het geslacht van de soort aanduidt en een zogeheten epitheton dat de soort specificeert.[6]
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. epitheton op website: Etymologiebank.nl
  3. "epitheton" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2021 Weblink bron Hans Beerekamp “Regiovenster NOS Journaal lost dilemma NPO niet op” (17 februari 2016) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2021 Weblink bron Johan Schaberg “Gezag steunt op gedrag” (27 september 2008) op nrc.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 16 mei 2021 Weblink bron Sander Voormolen “Met twee woorden” (26 mei 2007) op nrc.nl
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be