toch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toch
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van causaliteit: evenwel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1452 [1]

Bijwoord

toch

  1. gebruikt om iets extra te benadrukken
    • Een rode broek is toch vaak opvallend. 
  2. in weerwil van iets
    • Het was bar weer maar hij is toch gekomen. 
  3. om bevestiging vragend
    • Hij is toch naar Amsterdam vandaag? 
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen