tinnitus

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tin·ni·tus
enkelvoud meervoud
naamwoord tinnitus
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tinnitus ; m

  1. (medisch) oorsuizen
Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders
61 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Deens

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Engels

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Fins

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Noors

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Nynorsk

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Spaans

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

tinnitus

  1. (medisch) tinnitus.