temer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Portugees

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
temer
temia
temido
volledig

Werkwoord

temer

  1. vrezen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·mer

Werkwoord

temer

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
temer
temía
temido
volledig
  1. (onovergankelijk) vrezen, bang zijn
  2. (overgankelijk) vrezen
  3. vrezen dat