technieker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tech·nie·ker

Niet in de woordenlijst van de Taalunie

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord technieker techniekers
verkleinwoord techniekertje techniekertjes

Zelfstandig naamwoord

technieker m (Belgisch) ?

  1. technicus
  2. monteur