Naar inhoud springen

monteur

Uit WikiWoordenboek
  • mon·teur
enkelvoud meervoud
naamwoord monteur monteurs
verkleinwoord monteurtje monteurtjes

demonteurm

  1. (beroep), (techniek) deskundige die machines, apparaten, leidingen e.d. in elkaar zet of herstelt
    • Terwijl het stroomnet uit zijn voegen barst en flink uitgebreid moet worden, dreigen veel monteurs met pensioen te gaan,...[3] 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[4]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  monteur     le monteur     monteurs     les monteurs  

monteur m

  1. (beroep), (techniek) monteur
  2. (beroep) zetter