taurine

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een molecuul van taurine schematisch weergegeven.
Uitspraak
Woordafbreking
  • tau·ri·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • van Duits Taurin, opgebouwd uit Latijn taurus "stier" en met het achtervoegsel -in omdat de stof voor het eerst werd ontdekt in ossengal; naam voorgesteld door een van de ontdekkers, de Duitse scheikundige L. Gmelin op Wikipedia (de) en sinds 1838 in publicaties gebruikt [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord taurine -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

taurine m/v

  1. (biologie) aminosulfonzuur dat als stofwisselingsproduct in naar verhouding grote hoeveelheden voorkomt in zoogdieren
    • Aan kattenbrokken worden diverse voedingsstoffen toegevoegd die van nature alleen in dierlijk weefsel voorkomen, zoals taurine en arachidonzuur. Een kat die te weinig taurine binnenkrijgt kan blind worden en last van hartfalen krijgen, vertelt Corbee. [2]
Synoniemen
Verwante begrippen
  • aminozuur (strikt chemisch gezien is taurine geen aminozuur, maar vanuit de voedingsleer wordt vaak wel tot die categorie gerekend)

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen