taupe

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: taupé
 
1. donkere tint bruingrijs


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tau·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘donkergrijs’ voor het eerst aangetroffen in 1952 [1]
  • van Frans taupe [2]
stellend
onverbogen taupe
verbogen
partitief taupes

Bijvoeglijk naamwoord

taupe

  1. (kleur) donkere tint bruingrijs
    • Comfort ook bij Gucci: een hemelsblauw leren overhemd op smal beige wollen broekje, of grote sweater van groenblauw lamsbont bij een taupe broekje. [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord taupe -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

taupe o

  1. (kleur) donkere tint bruingrijs
    • De kleuren in deze trend zijn vergrijsd en weinig sprekend om niet de aandacht af te leiden van de fraaie coupe: veel taupe, mauve, antraciet, beton, grijsgroen en zwart. [4]

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  taupe     la taupe     taupes     les taupes  

Zelfstandig naamwoord

taupe v

  1. (dierkunde) mol