target

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
target targets

Zelfstandig naamwoord

target

  1. roos, doelwit
vervoeging
onbepaalde wijs to target
he/she/it targets
verleden tijd targeted
voltooid
deelwoord
targeted
onvoltooid
deelwoord
targeting
gebiedende wijs target

Werkwoord

target

  1. als doelwit nemen