tabberd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. lange wijde mantel
tabberd van Nassau, Rijksmuseum Amsterdam

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tab·berd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tabberd tabberds, tabberden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tabberd m

  1. lange wijde mantel
    • Sinterklaas, goedheilig man, trek je beste tabberd an. 
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen