swag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • swag
enkelvoud meervoud
naamwoord swag
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

swag m

  1. in de straattaal gebruikt woordt voor imago of stijl
    • Die gast heeft swag. 

Gangbaarheid