strippen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strip·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strippen
stripte
gestript
zwak -t volledig

Werkwoord

strippen

  1. (inergatief) het zich ontdoen van alle kleding die het lichaam bedekt
    Omdat ze dronken was, begon ze zomaar op de bar te strippen.
Vertalingen


Duits

Werkwoord

strippen

  1. strippen