strippen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strip·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strippen
stripte
gestript
zwak -t volledig

Werkwoord

strippen

  1. (inergatief) het zich ontdoen van alle kleding die het lichaam bedekt
    Omdat ze dronken was, begon ze zomaar op de bar te strippen.
  2. (overgankelijk) ontdoen van het overtollige door het af te trekken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

strippen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord strip
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Duits

Werkwoord

strippen

  1. strippen