strippen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strip·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
strippen
stripte
gestript
zwak -t volledig

Werkwoord

strippen

  1. (inergatief) het zich ontdoen van alle kleding die het lichaam bedekt
    Omdat ze dronken was, begon ze zomaar op de bar te strippen.
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.


Duits

Werkwoord

strippen

  1. strippen