stoephoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoep·hoer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stoephoer stoephoeren
verkleinwoord stoephoertje stoephoertjes

Zelfstandig naamwoord

stoephoer v

  1. tippelaarster
  2. (scheldwoord) (pejoratief) ordinaire del