stikvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stik·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen stikvol
verbogen stikvolle
partitief stikvols

Bijvoeglijk naamwoord

stikvol

  1. heel erg vol
    • Het spraak-verschil is geen rem, er zijn talen genoeg bij de hand voor de juiste aequivalenten, het begrip leeft, en allen zijn tijdig en snel elkaars tolk. Het leven zit stikvol problemen, de kunst ook, en stikvol orthodoxie en stikvol hartstocht, waarmee men die aanhangt, maar de spanningen lossen zich op in de twee heerlijke elementen van deze verrukkelijke oase: de kinderen en het spel. [2] 
    • De boot zit stikvol innovaties. Zo kun je haar in een handomdraai omtoveren van compleet open tot een gesloten boot. De zeilen waarmee je de kuip van weer en wind afsluit, zijn briljant weggewerkt in de dakconstructie. Op minder dan 10 meter heb je meer ruimte dan op andere boten van twee à drie meter langer. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. stikvol op website: Etymologiebank.nl
  2. De Telegraaf (1948)–Antoon Coolen Tsjechische suite
  3. De Telegraaf EPCO ONGERING 07 mrt. 2017 https://www.telegraaf.nl/lifestyle/1330091/voorbeeldige-noor