overvol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·vol
stellend
onverbogen overvol
verbogen overvolle

Bijvoeglijk naamwoord

overvol

  1. meer dan vol, te vol
    Ik zocht een plekje in de overvolle treincoupé.
    Mijn agenda is helaas overvol.