overvol

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overvol overvoller overvolst
verbogen overvolle overvollere overvolste
partitief overvols overvollers -

Bijvoeglijk naamwoord

overvol

  1. meer dan vol, te vol
    • Ik zocht een plekje in de overvolle treincoupé. 
    • Mijn agenda is helaas overvol. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.