stik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stik

Bijwoord

stik

  1. als om te stikken
    • Hij was stik verkouden en voelde zich beroerd. 

Werkwoord

vervoeging van
stikken

stik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
    • Ik stik. 
  2. gebiedende wijs van stikken
    • Stik! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stikken
    • Stik je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.


Veluws

Bijvoeglijk naamwoord

stik

  1. steil