stijve

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stij·ve
Woordherkomst en -opbouw
  • zn:  stijf bn  met het achtervoegsel -e, die de slotmedeklinker weer stemhebbend maakt [1]
  • bn:  stijf bn  met de uitgang -e, die de slotmedeklinker weer stemhebbend maakt
  • ww:  stijf ww  met de uitgang -e, die de slotmedeklinker weer stemhebbend maakt

Zelfstandig naamwoord

stijve m

  1. (informeel) penis in staat van erectie
Synoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

stijve

  1. verbogen vorm van de stellende trap van stijf
     Soms kwam ik na mijn werk thuis met een stijve kaak van het praten.[2]

Werkwoord

vervoeging van
stijven

stijve

  1. aanvoegende wijs van stijven

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be