stijfsel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stijf·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stijfsel
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stijfsel o

  1. een mengsel van water en zetmeel waarmee iets wordt opgestijfd
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie