stekelbaars

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·kel·baars
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stekelbaars stekelbaarzen
verkleinwoord stekelbaarsje stekelbaarsjes

Zelfstandig naamwoord

stekelbaars m

  1. (vissen) de orde Gasterosteiformes, een kleine vis met puntige doorns op de rug en de buik
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be