startgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • start·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord startgeld startgelden
verkleinwoord startgeldje startgeldjes

Zelfstandig naamwoord

startgeld o

  1. (sport) vergoeding voor deelname aan een wedstrijd, ongeacht de uitslag (bedoeld om met aantrekkelijke deelnemers meer publiek of sponsors te lokken)
    • Als – ja, wat als – Feyenoord kampioen wordt plaatst het zich automatisch voor de groepsfase van de Champions League en is het volgend seizoen verzekerd van grofweg 15 miljoen euro startgeld. [1]
  2. (sport) bedrag dat een deelnemer moet betalen om in een wedstrijd te mogen starten (bedoeld om de organisatiekosten te dekken)
    • Er zijn jongere profspelers die elke keer hun prijzengeld moeten investeren in een nieuw toernooi. Voor sommigen is honderd euro startgeld vandaag te veel. [2]
  3. (luchtvaart) vergoeding voor het opstijgen van een vliegtuig die een luchtvaartmaatschappij aan de luchthaven betaalt
    • De hogere opbrengst startgelden wordt verklaard door de groei van het aantal passagiers en de invloed van de tariefverhoging voor transferpassagiers per 1 april 1997. [3]
  4. (bedrijfskunde) bedrag om met een project te kunnen beginnen
    • De Oliba (39 dollar) heeft al bijna de gewenste 30.000 dollar startgeld opgehaald via crowdfundingsite Indiegogo. [4]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen