standrecht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

standrecht 1914
Uitspraak
Woordafbreking
  • stand·recht
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘snelle berechting door militaire rechters’ voor het eerst aangetroffen in 1740 [1]
  • samenstelling van  stand zn  en  recht zn  [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord standrecht standrechten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

standrecht o [3]

  1. zeer snelle, strenge, informele berechtiging door militaire rechters
    • Op vrijdagavond 30 april vaardigde de hoogste bevelhebber, ss'er Rauter, het bevel uit dat iedereen zaterdag om to.00 uur weer op zijn werk moest zijn op straffe van de dood. Tegelijkertijd werd het standrecht afgekondigd; men kon geëxecuteerd worden zonder vorm van proces. In geheel Twente moesten bedrijven op zaterdagmorgen 1 mei om 9.30 uur lijsten aangeleverd hebben met de mensen die niet op het werk waren verschenen. [4] 
    • De rellen zijn voorbij, maar de staat van beleg en het standrecht zijn nog niet opgeheven. De van hogerhand verspreide gruwelverhalen over spartakistische verschrikkingen in Lichtenberg zijn grotendeels als leugens ontmaskerd. Hun doel, de invoering van het standrecht, hebben ze bereikt.[5] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen