stagiair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·gi·air
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘die een stage doormaakt’ voor het eerst aangetroffen in 1912 [1]
  • van het Franse 'stagiaire' [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord stagiair stagiairs
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stagiair m

  1. (beroep) (onderwijs) iemand die een tijd in een bedrijf praktisch gaat werken (stage gaat lopen) als onderdeel van zijn of haar opleiding
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen