stagiaire

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·gi·ai·re
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stagiaire stagiaires
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

stagiaire v

  1. (beroep) de gelukkige vrouw die een tijd in een bedrijf praktisch gaat werken (stage gaat lopen) als deel van haar opleiding
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be