staande
Uiterlijk
- staan·de
staande
| vervoeging van: | staan |
staande
- verbogen vorm van staand, het onvoltooid deelwoord van staan
staande
- Op staande voet (ontslagen worden)
direct
- ▸ 'Luister Jaap, ik weet niet of je het beseft, maar dit “grapje” is voldoende grond om je op staande voet te ontslaan.[5]
- zich staande houden
zich handhaven
- ▸ Het ziet er niet uit als twee powervrouwen die zich staande weten te houden in een mannenwereld.[5]
- Het woord staande staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "staande" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[6] |
- ↑ "staande" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ staande op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- 1 2 Ronald Giphart e.a.“Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Voorzetsel in het Nederlands
- Formeel in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Heraldiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %