Naar inhoud springen

staande

Uit WikiWoordenboek
  • staan·de
  • In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1435 [1] [2]

staande

  1. (formeel) tijdens, gedurende
vervoeging van: staan
verbogen vorm: staandee

staande

  1. verbogen vorm van staand, het onvoltooid deelwoord van staan

staande

  1. verbogen vorm van de stellende trap van staand
     ' Heel even is dit tafereel - deze staande man, de vrouw naast hem, uitgedost met hun rijkdommen, verbonden door onzichtbare banden - het volmaaktste plaatje van een huwelijk dat Nella ooit heeft gezien.[3]
     Een grote rij schuin naar voren staande tanden wordt zichtbaar wanneer hij lacht.[4]
  2. (heraldiek) rechtop, op vier poten (van ram, leeuw)
  • Op staande voet (ontslagen worden)
direct
  1.  'Luister Jaap, ik weet niet of je het beseft, maar dit “grapje” is voldoende grond om je op staande voet te ontslaan.[5]
  • zich staande houden
zich handhaven
  1.  Het ziet er niet uit als twee powervrouwen die zich staande weten te houden in een mannenwereld.[5]
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]
  1. "staande" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. staande op website: Etymologiebank.nl
  3. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  4. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  5. 1 2
    Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be