spuigat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spui·gat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spuigat spuigaten
verkleinwoord spuigaatje spuigaatjes

Zelfstandig naamwoord

spuigat o

  1. (scheepvaart) een afvoeropening waardoor water vanaf het dek overboord kan stromen
    • We moetsen flink hozen want de spuigaten konden het water niet snel genoeg lozen. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • het loopt de spuigaten uit
het wordt al te dol
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be