Naar inhoud springen

sprookje

Uit WikiWoordenboek
  • sprook·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord sprookje sprookjes

hetsprookjeo

  1. een meestal moraliserend verhaal voor kinderen waarin fantasiewezens en magie een belangrijke rol spelen
     Vooral die waren mijn favoriet; ze leken zo uit de wereld van het sprookje over de Chinese nachtegaal te komen.[3]
     Net als in het sprookje Meester Kleermaker dat ze de kinderen voorlas toen ze haar stem nog graag hoorden.[4]
    • Hans en Grietje, Sneeuwwitje, de Gelaarsde kat zijn bekende sprookjes. 
    • In de prachtige film Boyhood vraagt het jongetje Mason: ‘Papa, sprookjes zijn niet echt, hè? Ik bedoel, zoals elfjes enzo. Dat hebben mensen gewoon verzonnen.’[5] 
  2. (figuurlijk) iets wat te mooi is om waar te zijn
     Het leek wel een sprookje zo mooi maar toch voelde ik me niet op mijn gemak en ik wilde hier zo snel mogelijk weg.[6]

hetsprookjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord sproke
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]
  1. "sprookje" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. sprookje op website: Etymologiebank.nl
  3. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  4. Frederik Backman
    “Britt-Marie was hier” (2015), Q, ISBN 9789021400679
  5. Roos
    Vonk
    , ‘Echt volwassen: je blijven verwonderen over het sprookje dat onze planeet is’, Psychologie Magazine, 15 mei 2019.
  6. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be