spotprijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spot·prijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spotprijs spotprijzen
verkleinwoord spotprijsje spotprijsjes

Zelfstandig naamwoord

spotprijs m [1]

  1. een ongelooflijk heel lage prijs
    • Het gesprek ging over goedkope vliegtickets: dat de oorspronkelijke spotprijs steeds hoger werd omdat je het ene extra na het andere bij moest bestellen tot je ticket net zo duur was als die van de duurdere vliegmaatschappijen.[2] 
    • En wat dacht je hiervan? Wat dacht je van een tweehoofdige president van de Melkweg die voor een spotprijsje een tropisch planeetje van de Magratheanen kocht en dat vervolgens doorverkocht aan rijke aardlingen zodat ze comfortabel konden leven nadat hun planeet was vernietigd? [3] 
    • Even verderop staat opa Anton Hurks uit Dordrecht aan de pomp. Glunderend kijkt hij hoe zijn nog geen week oude Renault Captur voor een spotprijs volraakt. ,,Mijn dochter woont in Hoogland, ik kwam hier toevallig langs met mijn vrouw en de kleinkinderen."Bij zijn eerste tankbeurt betaalt hij rond de 41,50 voor een kleine 32 liter. ,,Echt hl fijn.[4] 
  2. een variabele prijs op de korte termijn
    • Het gaat om variabele prijzen op de korte termijn, die de spotmarkt volgen. Vaste prijzen, daarentegen, worden tot maximaal drie jaar van tevoren vastgelegd op de energiebeurzen. Die prijs is een voorspelling van de toekomstige spotprijs, waardoor u altijd een risicopremie betaalt voor eventuele stijgingen.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Knausgard,Karl Liefde vertaald door Marianne Molenaar [2009] ISBN 978-90-445-2204-4 pagina 30
  3. Adams, Douglas Eoin Colfer Hitchhiker's Guide deel zes van drie En dan nog iets ... [2010] ISBN 978-90-225-5659-7 pagina 99
  4. Tubantia David Bremmer 12-januari-2017
  5. de Standaard MAANDAG 30 OKTOBER 2017