speet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speet

Werkwoord

vervoeging van
spijten

speet

  1. onpersoonlijke verleden tijd van spijten

Werkwoord

vervoeging van
speten

speet

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van speten
  2. gebiedende wijs van speten


enkelvoud meervoud
naamwoord speet speten
verkleinwoord speetje speetjes

Zelfstandig naamwoord

speet v/m [1]

  1. stokje of pen waaraan men vis zoals bokking of paling kan rijgen
Synoniemen


Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen