solfège
Uiterlijk
- sol·fè·ge
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘toonladders zingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1916 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | solfège | - |
| verkleinwoord | - | - |
de solfège m
- (muziek) zangoefening zonder tekst op de namen van de muzieknoten
- Het woord solfège staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "solfège" herkend door:
| 44 % | van de Nederlanders; |
| 44 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "solfège" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ solfège op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 44 %
- Prevalentie Vlaanderen 44 %