sog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sog

Werkwoord

vervoeging van
soggen

sog

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soggen
    • Ik sog. 
  2. gebiedende wijs van soggen
    • Sog! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soggen
    • Sog je? 


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord sog 1. sôe, sogge

Zelfstandig naamwoord

sog

  1. (dierkunde) zeug
  2. zog, kielzog
Schrijfwijzen
  • Arabische transcriptie: سَُوخْ.
Synoniemen


Veluws

Zelfstandig naamwoord

sog

  1. zeug