Naar inhoud springen

snorhaar

Uit WikiWoordenboek
  • snor·haar
enkelvoud meervoud
naamwoord snorhaar snorharen
verkleinwoord snorhaartje snorhaartjes

desnorhaarv/m,hetsnorhaaro

  1. (zoötomie) hard, stijf en dun uitgroeisel van de opperhuid om mee te tasten bij vele zoogdieren in de omgeving van de mond
  2. (anatomie) dun uitgroeisel van de opperhuid op de bovenlip
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]