sneeuwbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Hydrangea arborescens
Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwbal sneeuwballen
verkleinwoord sneeuwballetje sneeuwballetjes

Zelfstandig naamwoord

sneeuwbal m

  1. een tot een bal samengepakte hoeveelheid sneeuw, vaak bedoeld voor een speels sneeuwballengevecht of sneeuwpop
    • Zij gooide de sneeuwbal van twintig meter afstand recht in zijn gezicht. 
  2. (plantkunde) Hydrangea arborescens op Wikispecies kamperfoelieachtige heester
  3. methode van verkoop, collecte enz., waarbij steeds één persoon anderen stimuleert ook mee te doen
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
sneeuwballen

sneeuwbal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sneeuwballen
    • Ik sneeuwbal. 
  2. gebiedende wijs van sneeuwballen
    • Sneeuwbal! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sneeuwballen
    • Sneeuwbal je?